Stichting Behoud Rietdal Noordhorn

Vogels

Vogels in het Rietdal

Onderstaand een bijdrage van Kees Kugel gevolgd door een bijdrage van M.C.M. Romijn.

Begrenzing
In dit artikel beschrijf ik de vogelpopulatie van het Rietdal, bestaande uit doortrekkers en broedvogels. Ik geef een overzicht van de door mij in het gebied waargenomen soorten. Ik beperk mij tot het gebied ten oosten van het dorp Noordhorn, ten noorden van het Van Starkenborghkanaal. Mijn bedoeling is duidelijk te maken wat het belang is van het gebied voor vogels, zowel voor broedvogels als voor trekvogels. De foto's die in de tekst zijn opgenomen zijn door mij gemaakt in het Rietdal.
Op het kaartje hieronder is precies aangegeven om welk gebied het mij gaat. Ik betrek het Van Starkenborghkanaal en de zuidoever daarvan in mijn onderzoek, evenals het dorp Noordhorn. De reden daarvoor is dat vogels die daar verblijven ook regelmatig in het Rietdal te zien zijn. De natuur laat zich nu eenmaal niet zo scherp geografisch begrenzen.


Hieronder ziet u een kaartje van het onderzochte gebied


 

kaartje van het onderzochte gebied



 


Landschap
Zoals iedere fietser en wandelaar kan waarnemen, is de overheersende kleur in het dal van De Oude Riet groen. Het grootste deel van het gebied bestaat uit weilanden, begrensd door sloten. Daarnaast treffen we percelen akkerland aan. Het gebied heeft over het algemeen een rechthoekige verkaveling.

Gebruik van het land
De grond in het Rietdal worden op intensieve wijze door boeren gebruikt. De weilanden leveren gras, dat door de veehouders in het gebied wordt ingekuild om als voer voor koeien te dienen. Het overgrote deel van de koeien blijft het hele jaar binnen. De zichtbare activiteiten van de boeren bestaan hoofdzakelijk uit bemesten en maaien. Vanaf eind april/begin mei tot het eind van het groeiseizoen wordt het gras gemaaid en verzameld. De grondwaterstand wordt vrij laag gehouden om de boeren in staat te stellen met hun machines op het land te werken. De oevers van de sloten worden regelmatig gemaaid.

In het Rietdal waargenomen vogels
Allereerst volgt hier een lijstje van de door mij in het Rietdal waargenomen vogels. Ik doorkruis het gebied al jaren wandelend of per fiets en houd sinds het jaar 2000 systematisch bij wat ik onderweg zie of hoor.
 



tabel vogels
 


 

 

Gedurende een periode van vier jaar heb ik in het Rietdal 97 soorten vogels gezien. Van 59 soorten is door mij vastgesteld dat ze in het Rietdal broeden of hebben gebroed. Deze soorten zijn in de tabel hierboven in rood weergegeven. In dit artikel bespreek ik groepsgewijs de in het gebied voorkomende soorten. Het is hier niet de plaats om alle soorten uitputtend te behandelen, het gaat mij om het geven van een globale indruk.

Weidevogels en andere steltlopers
In de maand april zijn in het Rietdal veel weidevogels te zien en te horen. Grutto, tureluur, scholekster en kievit doen in vrij grote aantallen pogingen om te broeden.
 


 

kievit



 

Het nestelen en het grootbrengen van jongen wordt bemoeilijkt door de maai-activiteiten van de veehouders in het gebied, die soms al eind april beginnen. In de winter en in het vroege voorjaar zijn goudplevieren te zien. Humsterland en Middag zijn voor deze soort belangrijke rust- en fourageergebieden. Hetzelfde geldt in de winter en in de trektijd voor de watersnip en de wulp. Zeer regelmatig is in de maanden april en mei de regenwulp waar te nemen. Heel duidelijk hoorbaar is dan zijn karakteristieke roep: "bie-bie-bie-bie". Eenmaal zag ik zelfs een groenpootruiter, een oeverloper en een witgatje. In zo?n geval gaat het om doortrekkende soorten, die enige tijd in het gebied aanwezig zijn.

Eenden en zwanen
In de vele sloten van het Rietdal en in het Van Starkenborghkanaal ziet men diverse soorten eenden. Een fietstochtje in herfst en winter levert soms zeven soorten eenden op: wilde eend, krakeend, smient, kuifeend, bergeend, tafeleend en wintertaling.
 


 

wintertaling



 

Alleen de twee laatstgenoemde soorten zijn in het gebied wat zeldzamer, de andere zijn zeer regelmatig te zien. Slechts eenmaal zag ik een slobeend. Waterhoen en meerkoet zijn vrijwel altijd te zien. Voor de smient is het Rietdal een belangrijk gebied, vele tientallen exemplaren zijn in de winter in het gebied aanwezig, rustend op de oevers van sloten of drijvend op het water van het kanaal.
Enkele malen nam ik een broedende knobbelzwaan waar.

Meeuwen
Zilvermeeuwen, kokmeeuwen, stormmeeuwen en kleine mantelmeeuwen zijn in april en mei volop te zien in de weilanden. Vooral nadat het land is bemest strijken deze meeuwensoorten in grote aantallen op het land neer. De karakteristieke donkere kleine mantelmeeuw valt direct op tussen de veel lichtere andere soorten.
Een enkele keer ziet men in het Van Starkenborghkanaal een grote mantelmeeuw.
De terugkeer van de visdief, jagend boven het kanaal, is elk jaar een teken dat het weer voorjaar is.

Roofvogels
Zoals in de tabel hierboven te zien is, heb ik in het Rietdal niet minder dan acht soorten roofvogels waargenomen. Van vijf soorten heb ik een succesvol broedgeval vastgesteld. De bruine kiekendief heeft jaren gebroed in het natuurgebiedje aan de overkant van het Van Starkenborghkanaal, op het kaartje hierboven weergegeven. De laatste drie jaren heb ik deze vogel niet waargenomen. De havik broedt in hetzelfde gebied. Het is niet onmogelijk dat de bruine kiekendief daarom is verdwenen. Zeer bijzonder is de aanwezigheid van een paartje boomvalken in het Rietdal, ze nestelen aan de overkant van het Van Starkenborghkanaal. In mei kan men getuige zijn van hun schitterende baltsvluchten. In de boomgroep rond een van de verlaten woonplaatsen naast de Lageweg broedt een buizerd. In het gebied broeden verscheidene torenvalken.
Onze kleinste valk, de smelleken, heb ik eens prachtig in actie gezien. Bij de verlaten woonplaats nabij de splitsing Spanjaardsdijk NZ-Lageweg zag ik hoe een smelleken vergeefs jacht maakte op een graspieper. Een paar minuten later hoorde en zag ik een beflijster. Deze zat luidkeels te roepen in een naburige boom. Dat was een onvergetelijke ervaring. 
 
 

 
Overige zangvogels
Het Rietdal wordt door zangvogels gebruikt als broedgebied en als fourageergebied. Ook vogels die nestelen in het dorp Noordhorn maken dankbaar gebruik van het gebied.
Karakteristiek voor het weidelandschap en in ruime mate aanwezig zijn de graspieper en de witte kwikstaart.

 
witte kwikstaart
gele kwikstaart
 
Op de akkers ziet men ook wel de gele kwikstaart, ondanks zijn geringe grootte opvallend door zijn intens gele kleur. Beide vogels zijn altijd herkenbaar aan hun karakteristieke roep.
In het natuurgebiedje aan de overkant van het kanaal broeden rietzanger, kleine karekiet en bosrietzanger. Zeer regelmatig is daar ook een koekoek te horen en te zien. In diverse slootjes met riet broeden rietgorzen.
 

 

In het dorp Noordhorn en rond boerderijen in het Rietdal komen turkse tortels in grote aantallen voor. Hier ziet men ook de houtduif. Deze soort is ook op de akkers in het gebied volop aanwezig, vaak vergezeld door de holenduif. Deze broedt in boomholten in de bomen rond diverse verlaten woonplaatsen aan de Lageweg.
De zanglijster en de merel zijn het hele jaar door aanwezig en veelvuldig te zien en te horen. Minder algemeen is de grote lijster. In de herfst en in de winter komen kramsvogels en koperwieken in vrij grote aantallen in het gebied voor. Men ziet ze meestal foeragerend op de weilanden. Ze zitten ook veel in struiken en bomen. Met name struiken die bessen dragen zijn favoriet. Het kenmerkende "tsjak tsjak tsjak"  van de kramsvogel is in de winter volop hoorbaar.
De zwarte kraai, de ekster en de gaai zijn echte zwervers, je ziet ze vaak in groepen rondzwerven, op het land neerstrijken of in bomen zitten. Kauwtjes zie je ook volop in het dorp Noordhorn, zij worden niet voor niets "torenkraai" genoemd. De roek, een beschermde vogel, heeft enkele jaren in een kleine kolonie gebroed aan het Van Starkenborghkanaal. Om onduidelijke redenen is deze kolonie dit jaar (2005) ingekrompen tot enkele nesten.
 


 

holenduif



blauwborst
 
Zeer bijzonder is een door mij ontdekt broedgeval van de blauwborst aan de rand van het Rietdal. Ik geef de exacte plaats niet prijs, vanwege gevaar voor verstoring. De blauwborst staat op de blauwe lijst van vogelsoorten (zie noot). Een groot deel van de Europese populatie van deze prachtige vogel broedt in ons land. Nederland heeft dus een bijzondere verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van deze soort.

 


Kwartels
Op 30 juni 2005 hoorde ik aan de rand van het Rietdal (Lageweg) op twee plaatsen kwartels! Ze zaten in een perceel dat bebouwd wordt met graan. Je ziet kwartels meestal niet, maar het geluid is onmiskenbaar. Zeer bijzonder voor dit gebied en bijzonder voor de provincie Groningen. Als ze gehoord of gezien worden, wordt dat op de vogelaarssites gemeld!


 



Conclusie
De bovenstaande tekst heeft geen wetenschappelijke pretenties en de auteur heeft ook niet naar volledigheid gestreefd. Desondanks toont de tekst naar mijn mening voldoende aan hoe belangrijk het open landschap van het Rietdal is voor broedvogels en in voor- en najaar doortrekkende soorten. Ingrijpende veranderingen in het landschap zullen vrijwel zeker de soortenrijkdom van het gebied ongunstig beïnvloeden, zeker als het gaat om de aanleg van drukke wegen door het nu nog relatief rustige gebied. Ik kan dus ook niet anders dan bezwaar maken tegen de aanleg van een weg dwars door het gebied.


-------------------
Het bestuur van de stichting is dhr. Kugel zeer erkentelijk voor het beschikbaar stellen en beschrijven van zijn waarnemingen.
 


 


Noot:

De blauwe lijst bevat de vogelsoorten die op wereldschaal bedreigd zijn. Nederland heeft hiervoor een bijzondere verantwoording. Soorten staan op deze lijst omdat ze in Nederland broeden of omdat het overwinterende of doortrekkende vogels zijn (minimaal een kwart van de gehele populatie).

Naast een blauwe lijst bestaat er ook een rode lijst. Op de rode lijst staan bedreigde soorten. Dit kan zijn op regionaal, landelijk of wereldwijd niveau.


 


 


-------------------

Door M.C.M. Romijn:

De vogelkundige betekenis van het Rietdal.

Tussen het van Starkenborghkanaal, de bebouwing van Noordhorn en de Spanjaardsdijk ligt een landschappelijk fraai open graslandgebied van enkele honderden hectaren. Het gebied is door de huidige landbouw intensief bewerkt waardoor de broedvogelstand bescheiden is.

Daarentegen is dit gebied als voedsel- en foerageergebied het hele jaar door belangrijk. Met name kieviten, goudplevier en wulpen zijn vaak in grote getale (vele honderden) aanwezig.

In de beide trektijden in het voor en najaar komen daar nog vele soorten bij die even of enkele dagen In het gebied verblijven, zoals regenwulp, zwarte en groenpootruiter. Langs de randen van het Rietdal verblijven vele lijsterachtigen die hier foerageren. Zelfs de schaarste beflijster, ook zwaluwen zoals boeren- en huiszwaluw zoeken voedsel boven de graslanden. Met name de huiszwaluw heeft een grote broedpopulatie in Noordhorn.

Het spreekt vanzelf dat deze grote vogelrijkdom ook veel roofvogels en uilen aantrekt. Torenvalk, sperwer en buizerd zijn bijna het hele jaar aanwezig. In het zomerhalfjaar komt daar de boomvalk en bruine kiekendief bij!
Vaak is men getuige van grote consternatie als een roofvogel op het toneel verschijnt. Ook havik en slechtvalk zijn geregeld present.

Ook vele kraaiachtigen zoals kauw en roek zijn veelvuldig in het gebied aan te treffen. Met spreeuwen en vele meeuwen oogt het gebied op vogelgebied altijd zeer levendig. Als natuurliefhebber een genot om via het fietspad het gebied te doorkruizen. De relatieve stilte is hier nog altijd aanwezig en een kostbaar bezit in ons overbevolkt land.

Ook vele kleine zangvogels bezoeken het gebied, sommige als broedvogel b.v. graspieper, andere alleen als trekker, zoals tapuit en paapje. In rietslootjes broed soms de blauwborst en rietgors.

Kortom het hele gebied is een kostbare ruimte voor mens en dier! Een rondweg zou fataal zijn voor dit gave landschap. Het is van harte te hopen dat beleidsmakers en politici zich bewust zijn voor hun verantwoordelijkheid.

Anders zullen de generaties na ons ons terecht zware verwijten maken.

M.C.M. Romijn.



-------------------
Het bestuur van de stichting is dhr. Romijn zeer erkentelijk voor zijn bijdrage.